Het jaar 2015 in drie grote vragen

Stand van zaken door Nele Roobrouck, voorzitter van de raad van bestuur, en Jean-Paul Minon, directeur-generaal van NIRAS

Wat waren, volgens u, de hoogtepunten van 2015?

Nele Roobrouck

Ongetwijfeld de feestelijke start van het verwarmings- experiment PRACLAY,

een evenement waarop we onze twee voogdijministers, de heer Kris Peeters en mevrouw Marie Christine Marghem, mochten verwelkomen, alsook talrijke vertegenwoordigers van de wetenschappelijke wereld, de gemeentelijke overheden en de lokale partnerschappen. Het was een gelegenheid om samen de balans op te maken van een grootscheeps project dat we sinds meer dan twintig jaar uitvoeren met onze collega’s van het SCK•CEN, in het kader van het economisch samenwerkingsverband EURIDICE.

Jean-Paul Minon

Eén gebeurtenis is een beetje onopgemerkt voorbijgegaan,

om de heel eenvoudige reden dat ze buiten onze grenzen plaatsvond. Nadat ze hadden vernomen dat NIRAS geologische berging in een diepe kleilaag als langetermijnoplossing voor hoogactief en/of langlevend afval had voorgesteld aan de Belgische regering, wensten talrijke Nederlandse burgers meer over deze optie te weten. In het voorjaar van 2015 antwoordde NIRAS positief op de uitnodiging van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken en de provincie Noord-Brabant om haar dossier voor te stellen. Ik zie in deze aanzet tot grensoverschrijdend overleg een zeer bemoedigend signaal voor de toekomst van het project voor geologische berging, omdat dit project enkel kan slagen als er een nauwe wisselwerking bestaat met het publiek en, vooral, als de bevolking zich betrokken voelt.

En de meest markante resultaten?

Jean-Paul Minon

Als ik vergelijk met het vorige jaar,

is 2015 een vrij ‘rustig’ jaar geweest op institutioneel vlak. NIRAS heeft dus gedaan wat ze in die omstandigheden moest doen, namelijk consolideren wat ze het voorgaande jaar, dat bijzonder rijk was aan reglementaire en wetgevende ontwikkelingen, had verworven. Krachtens de nieuwe bevoegdheden die haar werden toevertrouwd door de wet van 3 juni 2014, bezorgde NIRAS haar voogdijoverheid een voorstel van nationaal beleid voor het langetermijnbeheer van het radioactieve afval van de categorieën B en C. Ze werkte ook mee aan de opstelling van het eerste nationale programma voor de Europese Commissie.

Nele Roobrouck

NIRAS en Belgoprocess zijn erin geslaagd om,

op relatief korte termijn, concrete oplossingen voor te stellen voor twee recente problemen: enerzijds, de ontdekking van de vorming van een gelachtige substantie op een groot aantal colli met afval geconditioneerd door de kerncentrale van Doel en opgeslagen in onze installaties in Dessel en, anderzijds, de vertragingen in de nucleaire vergunningsaanvraag voor de oppervlakteberging van het afval van categorie A. Deze twee gebeurtenissen lijken, op het eerste gezicht, los van elkaar te staan. Ze zijn in werkelijkheid nauw met elkaar verbonden, omdat ze betrekking hebben op dezelfde categorie afval en rechtstreeks invloed hebben op een derde problematiek: de geleidelijke verzadiging van onze opslagcapaciteit voor laagactief afval.

De voorbereidende studies die NIRAS en Belgoprocess samen verrichten, hebben geleid tot het gedetailleerde ontwerp van twee nieuwe installaties die zo spoedig mogelijk zullen worden gebouwd op onze site in Dessel. Met deze installaties zal het afval dat binnenkomt op de site in Dessel doeltreffender beheerd kunnen worden en krijgt het oppervlaktebergingsproject, zo nodig, meer tijd om werkelijkheid te worden.

Wat zijn de vooruitzichten?

Nele Roobrouck

NIRAS heeft een belangrijke beslissing genomen en bereidt zich daar actief op voor:

zelf instaan voor de exploitatie van de oppervlaktebergingsinstallatie voor afval van categorie A in Dessel, die een nucleaire site van klasse I zal zijn. Deze keuze vereist meer dan alleen maar het veranderen van de structuren. Ze vereist een mentaliteitswijziging.

Het beheren van inventarissen, het maken van economische en andere studies, het opstellen van kwaliteitscriteria voor het afval, het coördineren van R&D-programma’s zijn één ding, het omgaan met radioactief afval, het verzekeren van de veiligheid van een hele nucleaire site, het rekenschap afleggen aan een nucleaire overheid zijn een ander. Het is dus met opluchting, maar tegelijk ook met trots, dat we ook in het derde exploitatiejaar van onze site van klasse II in Fleurus, die momenteel gesaneerd wordt, een foutloos parcours hebben afgelegd. Ik ben ervan overtuigd dat we, dankzij deze praktische ervaring, perfect gewapend zullen zijn om de toekomstige bergingssite in Dessel te exploiteren volgens de toepasbare regels.

Jean-Paul Minon

De toekomst van de instelling hangt vooral af

van het gevolg dat zal worden gegeven aan de vergunningsaanvraag voor de oppervlakteberging in Dessel. Dat is ongetwijfeld onze belangrijkste uitdaging, die verklaart waarom we al onze energie besteden aan het behandelen van de opmerkingen en het beantwoorden van de vragen van de veiligheidsoverheid. Voor de rest zal NIRAS, wat er ook gebeurt, haar opdrachten verder vervullen in het belang van de samenleving en van alle afvalproducenten. De verbintenis die ze is aangegaan om de kwaliteit van haar diensten permanent te verbeteren, verplicht haar zichzelf regelmatig door te lichten, onmiddellijk in te spelen op allerhande vragen van derden en de evolutie van haar werkomgeving, in de breedste zin van het woord, op de voet te volgen. Deze collectieve discipline, die het voltallige personeel goed lijkt te doorstaan, biedt talrijke voordelen, omdat ze, onder meer, de mogelijkheid biedt te anticiperen op moeilijkheden en zo de gevolgen ervan te beperken. NIRAS is niet van plan zich in slaap te laten wiegen door routine. De talrijke uitdagingen waaraan ze momenteel het hoofd biedt en die haar nog te wachten staan, zullen haar daar zeker niet de gelegenheid toe geven.